Artikel 7 - Geldigheid en intrekking van het vervoersbewijs
Tegen afgifte van een ontvangstbewijs kan de vervoerder een vervoerbewijs van de reiziger intrekken en de reiziger uit het vervoermiddel verwijderen, danwel doen verwijderen indien:
- De reiziger een wettelijk danwel een contractuele bepaling betreffende het vervoer overtreedt danwel niet nakomt en in redelijkheid van de vervoerder niet verlangd kan worden de reiziger verder te vervoeren.
- De reiziger zich bedient van een niet geldig vervoerbewijs danwel het vervoerbewijs misbruikt of de controle vanzijn vervoerbewijs belemmert of verhindert.
- Niet is voldaan aan de voorwaarden voor het verkrijgen of betalen van het vervoerbewijs.
Een vervoerbewijs is in elk geval niet geldig indien:
- Zulks uit de dagaanduiding volgt.
- Dit onbevoegd is gewijzigd, bewerkt of verminkt is.
- Dit niet danwel onvoldoende leesbaar (meer) is.
- Of de zich onder een beschermlaag bevindende pasfoto eenvoudig bereikbaar is geworden.
In geval van intrekking of verwijdering heeft de reiziger geen recht op enige vergoeding, ook niet voor de tijd dat de reiziger niet kon beschikken over zijn vervoerbewijs.
Indien een op naam gesteld vervoerbewijs is ingetrokken dat niet geldig was danwel misbruikt was, of indien de reiziger de controle verhinderde of belemmerde, heeft de reiziger geen recht op afgifte van een nieuw op naam gesteld vervoerbewijs.
Indien de betrokken reiziger kan aantonen, dat het feit dat tot de intrekking c.q. verwijdering heeft geleid, niet aan hem kan worden toegerekend, vinden de leden 3 en 4 van dit artikel geen toepassing.