Artikel 14 - Klachten en geschillen
Voor de behandeling van een klacht dient de reiziger zich schriftelijk te richten tot de vervoerder dan wel tot Postbus 55, 2501 CB, Den Haag. In zijn klacht moet de reiziger vermelden de datum, de tijd en de plaats van het voorval, het lijnnummer en de rijrichting en zo mogelijk ook het nummer van het vervoermiddel. Ook kan hem worden gevraagd zijn vervoerbewijs over te leggen.
In geval bij Postbus 55 om behandeling van de klacht wordt verzocht, dient aan de reiziger te worden bericht aan welke vervoerder de klacht is doorgezonden voor behandeling, danwel dat deze wordt afgedaan door Postbus 55 zelf. De vervoerder is verplicht de behandeling van de klacht met de nodige voortvarendheid ter hand te nemen en de reiziger van de bevindingen in kennis te stellen.
Geschillen tussen de reiziger en de vervoerder over de totstandkoming of uitvoering van de vervoerovereenkomst waarop deze Algemene Voorwaarden van toepassing zijn, kunnen zowel door de reiziger als de vervoerder worden voorgelegd aan de Geschillencommissie Openbaar Vervoer, Postbus 90600, 2509 LP Den Haag.
Een geschil wordt door de geschillencommissie slechts in behandeling genomen, indien de reiziger zijn klacht eerst binnen zes weken schriftelijk aan de vervoerder of aan Postbus 55 heeft voorgelegd.
De reiziger moet het geschil uiterlijk drie maanden nadat hij zijn klacht aan de vervoerder of Postbus 55 heeft voorgelegd schriftelijk bij de geschillencommissie aanhangig maken, onder vermelding van naam en adres van reiziger en vervoerder en een duidelijke omschrijving van het geschil en de eis. Indien de reiziger het geschil aan de geschillencommissie voorlegt, is de vervoerder aan deze keuze gebonden en staat hem voor dit geschil geen beroep op de gewone rechter meer open.
Als de vervoerder een geschil, niet zijnde een incasso-geschil, behandeld wil zien, stelt hij de reiziger schriftelijk voor het geschil te laten behandelen door de geschillencommissie. De vervoerder kondigt daarbij aan, dat hij het geschil aanhangig zal maken bij de bevoegde rechter als de reiziger niet binnen dertig dagen schriftelijk laat weten in te stemmen met behandeling van het geschil door de geschillencommissie. Indien de vervoerder, in het geval de reiziger het verzoek heeft afgewezen of niet binnen de termijn van dertig dagen heeft geantwoord, het geschil niet binnen twee maanden aanhangig heeft gemaakt bij de bevoegde rechter, kan de reiziger het geschil alsnog voor behandeling voorleggen aan de geschillencommissie.
Voor de behandeling van een geschil is een vergoeding verschuldigd.
De geschillencommissie doet met inachtneming van haar reglement uitspraak bij wege van bindend advies in de aan haar voorgelegde geschillen.