​ Artikel 10 - Verplichtingen van de reiziger

 
De reiziger moet voorzien zijn van een geldig vervoerbewijs, tenzij hij recht heeft op kosteloos vervoer. De reiziger dient de vervoerprijs vóór of bij aanvang van de rit te voldoen. Tijdens de rit dient hij, op eerste verzoek, te kunnen aantonen over een geldig vervoerbewijs te beschikken.
 
De reiziger die het vervoerbewijs, waarvan hij of zij moet zijn voorzien, desgevraagd ter controle op eerste vordering niet toont of overhandigt of een onbevoegd gewijzigd of anderszins bewerkt vervoerbewijs gebruikt, een vervoerbewijs misbruikt of de controle van vervoerbewijzen belemmert of verhindert, is op vordering van de vervoerder een door de minister van Verkeer en Waterstaat vastgesteld bedrag verschuldigd aan de vervoerder, naast de verschuldigde vervoerprijs.
 
De reiziger is verplicht zich op eerste vordering te identificeren met een der wettelijk erkende identificatiebewijzen, na constatering van het niet in acht nemen van de verplichting van lid 2 van dit artikel.
 
De reiziger is verplicht de aanwijzingen op te volgen die door de vervoerder of het personeel worden gegeven tot handhaving van de bepalingen van deze Algemene Voorwaarden of in het belang van orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang in de wachtgelegenheden, op de stations en haltes en in de vervoermiddelen.
 
De reiziger is verplicht gedurende de rit één van de voor reizigers bestemde zit- of staanplaatsen in te nemen.
 
De reiziger die enig onderdeel van een wachtgelegenheid, vervoermiddel, van tot stations en haltes behorende werken en inrichtingen of overige eigendommen van de vervoerder verontreinigt, beschadigt of ontvreemdt of wiens handbagage dergelijke schade toebrengt, moet de daardoor veroorzaakte schade aan de vervoerder vergoeden. Geen schadevergoeding wordt verlangd, indien de schade is veroorzaakt door een omstandigheid die een zorgvuldig reiziger niet heeft kunnen vermijden en voorzover die reiziger de gevolgen daarvan niet heeft kunnen verhinderen.
 
Wordt een kind dat jonger is dan twaalf jaar begeleid door een persoon van achttien jaar of ouder, dan is deze begeleider verplicht ervoor zorg te dragen dat dit kind niet handelt in strijd met deze Algemene Voorwaarden.